Ongediertebestrijding

Ongediertebestrijding

Wanneer het weren van ongedierte onvoldoende effect heeft gehad en je krijgt te maken met de schadelijke effecten van de aanwezigheid van ongedierte, dan zal je het ongedierte effectief moeten bestrijden.

Leefwijze Houtworm
De gewone houtwormkever is de meest voorkomende houtboorder binnen gebouwen. De larve wordt houtworm genoemd. Kevers kunnen goed vliegen. Vanaf mei t/m augustus kunnen kevers uit het hout tevoorschijn komen; ze gaan dan paren. Het vrouwtje legt vervolgens de eitjes in houtspleten of oude boorgangen. Het zijn uiteindelijk de larven die de schade in het hout aanbrengen. Zij boren zich in het hout. Boorgangen zijn vaak gevuld met boormeel. Vaak tref je boormeel aan rondom het aangetaste hout.

Leefwijze Boktor
De huisboktor is de grootste houtboorder binnen gebouwen. In Nederland komt deze kever vooral voor in Limburg, Gelderland en Noord Brabant. Zij tasten met name naaldhout aan. In juni t/m september gaan de kevers paren waarna de vrouwtjes de eitjes in houtspleten leggen. Het zijn de larven die uiteindelijk zich in het hout boren. In de zomer kan men de larven horen knagen, met name op warme zomerdagen. Het houtoppervlak is vaak rimpelig door druk uit de boorgangen. Vaak ligt er boormeel rondom het aangetaste hout.

Overlast Houtworm
Schade aan naald- en loofhout in gebouwen, meubelen, beeldhouwwerken, manden, kisten etc. De aantasten vindt vaak alleen plaats in het spinthout.

Overlast Boktor
Dakconstructies worden vaak aangetast. Zelfs dikke balken kunnen in enkele jaren nagenoeg geheel verpulverd wroden. Bij grenen wordt alleen het spinthout aangetast. Bij vuren wordt ook het kernhout aangetast.

Voorkomen overlast
– Binnenkomend hout goed inspecteren.
– Houtwerk impregneren
– Eventueel alleen verduurzaamd hout toepassen.

Leefwijze
De lichaamslengte van een mol varieert van 11 tot 16 cm en het gewicht ligt tussen de 30 en 130 gram. Het wijfje is iets kleiner dan het mannetje. De mol heeft een korte zwartfluwelen vacht waarmee hij, dankzij een speciale plaatsing van de haren in de huid, even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen kan bewegen. Bij de meeste zoogdieren zijn de haren in een bepaalde richting geplaatst, meestal naar achteren, maar bij de mol kunnen de haren in de huidaanhechting kantelen, zodat ze niet blijven steken in de gangwanden als de mol achteruit krabbelt. Kenmerkend voor de mol zijn de tot grote graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vijf vingers met puntige nagels en een duimpje, waarmee het dier de ondergrondse gangen graaft. Er worden zowel oppervlakkige gangen (de jaaggangen of mollenritten) als dieper gelegen gangen gegraven (tot op een diepte van 120 cm). De mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen met een diameter van slechts één millimeter; hij is echter niet blind. Zijn belangrijkste zintuig is zijn spitse roze snuit die gevoelige snorharen en tastzenuwen bevat. Zijn kleine staartje (20-40 mm) wijst altijd omhoog.

Overlast & bestrijding
Doordat mollen schade kunnen toebrengen aan weilanden, tuinen, gras- en speelvelden zoeken mensen naar manieren om mollen te verjagen of desnoods te doden. Een veel gebruikt middel is het plaatsen van mollenklemmen in de mollengang.

Leefwijze
Inheems; Meest voorkomende rattensoort in Nederland; komt voor in rioleringstelsels, onder in gebouwen, ongecontroleerde vuilstortplaatsen, slootkanten, agrarische bedrijven e.d. mogen, leeft in kleine groepen met een eigen territorium; grootte: 22-30 cm. lichaamslengte, ca. 500 gram, dikke kale staart korter dan het lichaam 17-23 cm., stevige bouw, stompe snuit; vrouwtje heeft meerdere worpen per jaar, 5-7 jongen per nest, jongen na 3 maanden geslachtsrijp, gemiddelde leeftijd ca. 1 jaar.

De bruine rat is een cultuurvolger, heeft een groot aanpassingsvermogen, heeft veel vocht nodig, leeft graag in waterrijke gebieden, reuk is belangrijkste zintuig, meestal ’s nachts actief; Voedsel: alleseter met een duidelijke voorkeur voor het beste wat voor handen is (granen, groenten, fruit, vlees, vis e.d. mogen), voorraadvorming.

Overlast
Knaagschade aan isolatiemateriaal, leidingen, kabels wat storingen kan veroorzaken. Bevuilen voedsel en voorraden met urine en faeces. Dragers van ziektekiemen, verspreiders van veeziekten (varkenspest, pseudovogelpest, trichinosis, ziekte van Aujeszky. Voor de mens een risico i.v.m. overdragen van ziekte van Weil, paratyphus enz.

Voorkomen overlast
– Treffen van bouwkundige maatregelen: gaten groter dan 1 cm afdichten.
– Schuilplaatsen wegnemen.
– Rioolstelsel goed onderhouden.
– Inspectie van opgeslagen goederen.
– Bolroosters op hemelwaterafvoeren.
– Treffen van hygienische weringsmaatregelen: voedsel afsluiten; voedselresten wegnemen

Beschermingsstatus
De bruine rat is niet aangewezen als beschermde diersoort.

Leefwijze
De jonge wespenkoningin legt in het voorjaar een nest aan. In dit nest worden de eitjes gelegd. De eitjes ontpoppen zich als larven en de larven tot jonge wespen de zgn. werksters. Dit zijn vrouwelijke onvruchtbare exemplaren. Zij zorgen voor het voeden van de larven en de koningin, uitbouw van het nest en fungeren als verdedigers van het nest. In augustus/september worden ook de mannelijke exemplaren (darren) en vruchtbare wijfjes (jonge koninginnen) geboren. Zij verlaten het nest om te paren en de darren sterven kort daarna. Bij de eerste nachtvorst sterven alle inwoners van het nest, behalve de jonge koninginnen die een verborgen plaats hebben om te overwinteren.

Overlast
Wespen zijn hinderlijk als hun nesten zich in de directe woonomgeving van mensen bevinden. Ze kunnen pijnlijke (en soms gevaarlijke) steken toebrengen indien hun nest wordt verstoord of als wespen in het nauw worden gedreven. De wesp beschikt over een in het achterlichaam bevindende angel die verbonden is met twee gifklieren. Met die angel kan een wesp meerdere steken toebrengen. Een steek is in de meeste gevallen ongevaarlijk tenzij het gif direct in een ader is gekomen of men overgevoelig is voor de giftige stoffen.

Voorkomen overlast
– Horren voor open ramen, deuren en fijnmazig gaas voor ventilatie-openingen.
– Gesloten vuilcontainers en afvalemmers.
– Zoveel mogelijk voorkomen dat er zich voor wespen aantrekkelijk voedsel nabij woon- werk- en verblijfplaatsen
van mens en dier bevindt

Leefwijze
De huisvlieg (ook wel kamervlieg genoemd) komt o.a. voor op mest, afval, dode dieren en voedingsmiddelen. Ze leven van allelei voedsel bijv. suiker, stroop, fecaliën enz. Vliegen besteden veel aandacht en zorg aan hun toilet: poten tegen elkaar wrijven en vleugels afvegen. De mannetjes sterven spoedig na de paring, de vrouwtjes leven 2 tot 3 maanden. Larven leven doorgaans enkele centimeters onder het oppervlak van rottend materiaal.

Overlast
Vliegen zijn ziekteverspreiders; aan poten, monddelen en haren, alsmede via de uitwerpselen worden ziekteverwekkende virussen, bacteriën e.d. verspreid. Ze bevuilen oppervlakten met het uitscheiden van vochtdruppels.

Voorkomen overlast
– Afval tijdig verwijderen.
– Afvalemmers en -containers moeten goed afsluitbaar zijn.
– Afvalverzamelplaatsen uit de buurt van gebouwen houden.
– Op agrarische bedrijven mest zo spoedig mogelijk afvoeren en mestgoten en stalvloeren schoonhouden.
– mestopslag afgedekt houden.
– Vloeren, wanden en tafels e.d. schoonhouden.
– Voedingsmiddelen en grondstoffen niet onafgedekt laten staan.
– Waar mogelijk vliegengaas aanbrengen.